De HEERE is Koning
1 De HEERE regeert, Hij is met majesteit bekleed,
de HEERE is bekleed en heeft Zichzelf omgord met macht.
Ja, vast staat de wereld, hij zal niet wankelen;
2 vast staat Uw troon, van oudsher,
U bent van eeuwigheid.
3 De rivieren verheffen, HEERE,
de rivieren verheffen hun stem,
de rivieren verheffen hun gebruis.
4 De HEERE in de hoogte is machtiger
dan het bruisen van machtige wateren,
de machtige golven van de zee.
5 Uw getuigenissen zijn zeer betrouwbaar;
de heiligheid is een sieraad voor Uw huis, HEERE,
tot in lengte van dagen.
De Psalmist verhaelt ende verheft in desen Psalm, de Majesteyt, kracht, ende heylicheyt van Christi Coninckrijck, tot bebescherminge sijner gemeynte.
1 DE
HEERE regeert, hy is
met hoocheyt bekleet, de HEERE is bekleet met sterckte, hy heeft sich omgordet:
oock is de werelt bevesticht, sy en sal niet wanckelen.
Psalm 93:1
De sin deser woorden is, Godt is de ware ende eeuwige Coninck, die van eeuwicheyt geregeert heeft, nu noch regeert, ende in alle eeuwicheyt sonder eynde regeren sal. Psal. 96.10. ende 97. v. 1. ende 99.1.
Psalm 93:1
Of, met Majesteyt . siet d’aenteeck. Iob 40. op v 5.
Psalm 93:1
Dese groote swaerte des aerdrijcx wort door sijne kracht alleen gehouden in haer tegen-gewichte, so datse in het minste noch aen d’eene, noch aen d’ander zijde en wijckt. Alsoo sal oock de Heere sijne kercke door de gantsche werelt staende houden ende beschermen.
2
Van doe aen is uwen throon bevesticht: Ghy zijt van eeuwicheyt af:
Psalm 93:2
T.w. Van der eeuwicheyt aen, ende voorts (ten aensien van de daetlicke oeffeninge des gerichts) van dat de werelt is geschapen ende bevesticht. Vgel. Prov. 8.22. alwaer dese maniere van spreken van de eeuwicheyt genomen wort.
3 De rivieren verheffen, o HEERE, de rivieren verheffen
haer bruysen: de rivieren verheffen hare aenstootinge:
Psalm 93:3
Hebr. hare stemmen . Door de bruysende water-vloeden wort dickwils verstaen het gewoel ende geraes der tyrannen ende der volckeren tegen Godt ende sijne kercke: Psal. 18.5. ende 65.8. Ies. 17.12, 13.
4 [Doch] de HEERE
in der hoochte is geweldiger,
dan het bruysen van
groote wateren, [dan] de geweldige baren der zee.
Psalm 93:4
D. Inden Hemel, als Psal. 71.19.
Psalm 93:4
Hebr. dan de stemmen .
Psalm 93:4
Of, vele .
5
Uwe getuygenissen zijn seer getrouwe, de
heylicheyt is
uwen huyse cierlick, HEERE,
tot lange dagen.
Psalm 93:5
Dat is, u woort, dat ghy ons gegeven hebt, om te betuygen, dat ghy onsen Godt zijt.
Psalm 93:5
T.w. daer mede ghy uwe kinderen heylicht ende verciert.
Psalm 93:5
Verstaet hier niet so seer het uyterlick gebouw des Tempels, ofte des Tabernakels, als de levendige steenen, Te weten, de geloovige, die de ware kercke Godts zijn.
Psalm 93:5
Hebr. Ter lanckheyt van dagen , D. altoos, ofte vele dagen duerende. Siet Psal. 23.6.