1 Na het gewoonlick opschrift des briefs, 3 danckt den Apostel Godt over alle de geestelicke zegeningen, daer mede wy van hem in Christo zijn gezegent. 4 namelick dat wy in hem van eeuwigheyt zijn uytverkoren. 5 dat wy in hem verordineert zijn tot de aenneminge tot kinderen. 7 dat wy door sijn bloet met Godt zijn versoent. 8 dat hy door het Euangelium ons heeft geroepen. 10 ende dat alle uytverkorene door hem in een zijn vergadert, beyde die in den hemel, ende die op de aerde zijn. 13 Dat oock de Epheseren, die in Christum gelooven, onder dese zijn, ende tot versekeringe daer van het pant des Geests hebben ontfangen. 15 Bidt daer na Godt dat hy haer verstant hier in meer ende meer wil verlichten. 19 Ende door sijnen Geest haer laten gevoelen welcke de kracht zy sijner werckinge in allen desen. 20 die deselve is, waer door hy Christum van den dooden heeft verweckt, ende verheven tot sijner rechter hant. 22 om een Hooft te zijn sijner gemeynte.
1
PAULUS een Apostel IESU CHRISTI , door den wille Godts,
den Heyligen die te Ephesen zijn, ende
geloovigen in Christo Iesu.
2
Genade zy u ende vrede, van Godt onsen Vader, ende den Heere Iesu Christo.
3
Gezegent zy
de Godt
ende Vader onses Heeren Iesu Christi, die ons gezegent heeft met
alle geestelicke zegeninge
in den hemel
in Christo.
4
Gelijck hy ons
uytverkoren heeft
in hem,
voor de grontlegginge der werelt,
op dat wy souden
heyligh ende
onberispelick zijn voor hem
in de liefde:
5 Die ons
te voren verordineert heeft tot aenneminge tot kinderen, door Iesum Christum
in hemselven,
na het welbehagen sijns willens,
6
Tot prijs der heerlickheyt sijner genade, door welcke hy ons
begenadight heeft
in den
Geliefden:
7
In welcken wy hebben
de verlossinge
door sijn bloet, [namelick ]
de vergevinge der misdaden, na
den rijckdom sijner genade:
8 Met welcke hy
overvloedigh is geweest over ons
in alle wijsheyt, ende
voorsichtigheyt:
9 Ons bekent gemaeckt hebbende
de verborgenheyt sijns willens na sijn welbehagen, het welck hy
voorgenomen hadde in hemselven:
10 Om
in de bedeelinge
van
de volheyt der tijden wederom alles
tot een te vergaderen in Christo,
beyde dat in den hemel is, ende dat op de aerde is:
11
In hem, in welcken
wy oock
een
erfdeel geworden zijn, wy
die te voren verordineert waren
na het voornemen des genen, die
alle dingen werckt na den raet sijns willens.
12 Op dat wy souden zijn tot prijs sijner heerlickheyt,
die wy eerst in Christo
gehoopt hebben.
13
In welcken
oock ghy [zijt ,] na dat ghy
het woort der waerheyt, [namelick ] ’t Euangelium uwer saligheyt gehoort hebt: in welcken ghy oock,
na dat ghy gelooft hebt,
zijt
verzegelt geworden met den Heyligen Geest
der belofte:
14 Die
het onderpant is van onse erfenisse,
tot
de verkregene verlossinge, tot prijs sijner heerlickheyt.
15
Daerom oock
ick gehoort hebbende het geloove in den Heere Iesu, dat onder u is, ende de liefde tot alle de heylige,
16 En houde niet op voor u te dancken, gedenckende uwer in mijne gebeden:
17 Op dat de Godt onses Heeren Iesu Christi, de Vader der heerlickheyt,
u geve den geest der wijsheyt, ende der openbaringe,
in sijne kennisse:
18 [Namelick ]
verlichtede oogen uwes verstants, op dat ghy mooght weten welcke zy
de hope van sijne roepinge, ende welcke
de rijckdom zy der heerlickheyt van sijne erfenisse
in de heylige:
19 Ende welcke de uytnemende grootheyt
sijner kracht zy, aen ons die gelooven,
na de werckinge der sterckte sijner macht,
20
Die hy gewrocht heeft in Christo, als hy hem uyt de dooden heeft opgeweckt:
ende heeft [hem ]
geset tot sijne rechter [hant ] in den hemel.
21
Verre boven alle Overheyt, ende Macht, ende kracht, ende heerschappije, ende
allen naem die genaemt wort, niet alleen in dese werelt, maer oock
in de toekomende:
22
Ende heeft
alle dingen
sijnen voeten onderworpen, ende heeft hem der gemeynte gegeven
tot een Hooft boven alle dingen:
23
Welcke sijn lichaem is, [ende ] de
vervullinge des genen die alles in allen vervult.
1 Nae het gewoonlick opschrift des Briefs, 3 danckt den Apostel Godt over alle de geestelicke segeningen, daer mede wy van hem in Christo zijn gesegent. 4 namelick dat wy in hem van eeuwigheydt zijn uytverkoren. 5 dat wy in hem verordineert zijn tot de aen-neminge tot kinderen. 7 dat wy door sijn bloedt met Godt zijn versoent. 8 dat hy door het Euangelium ons heeft geroepen. 10 ende dat alle uytverkorene door hem in een zijn vergadert, beyde die in den hemel, ende die op de aerde zijn. 13 Dat oock de Epheseren, die in Christum gelooven, onder dese zijn, ende tot versekeringe daer van het pandt des Geests hebben ontfangen. 15 Bidt daer na Godt dat hy haer verstant hier in meer ende meer wil verlichten. 19 Ende door sijnen Geest haer laten gevoelen welcke de kracht zy sijner werckinge in allen desen. 20 die de selve is, waer door hy Christum van den dooden heeft verweckt, ende verheven tot sijner rechter-handt. 22 om een hooft te zijn sijner Gemeynte.
1
PAULUS een Apostel IESU CHRISTI , door den wille Godts,
den Heylighen die te Ephesen zijn, ende
geloovigen in Christo Iesu.
2
Ghenade zy u ende vrede, van Godt onsen Vader, ende den Heere Iesu Christo.
3
Gesegent zy
de Godt
ende Vader onses Heeren Iesu Christi, die ons gesegent heeft met
alle geestelijcke segeninge
inden hemel
in Christo.
4
Gelijck hy ons
uytvercoren heeft
in hem,
voor de grontlegginge der werelt,
op dat wy souden
heylich ende
onberispelijck zijn voor hem
in de liefde:
5 Die ons
te voren verordineert heeft tot aenneminge tot kinderen, door Iesum Christum
in hem selven,
na het welbehagen sijns willens,
6
Tot prijs der heerlickheyt sijner genade, door welcke hy ons
begenadight heeft
in den
Geliefden:
7
In welcken wy hebben
de verlossinge
door sijn bloedt, [namelijck ]
de vergevinge der misdaden, na
den rijckdom sijner genade:
8 Met welcke hy
overvloedich is geweest over ons
in alle wijsheyt, ende
voorsichticheyt:
9 Ons bekent gemaeckt hebbende
de verborgenheyt sijns willens na sijn welbehagen, ’twelck hy
voorgenomen hadde in hem selven:
10 Om
inde bedeelinge
van
de volheyt der tijden wederom alles
tot een te vergaderen in Christo,
beyde dat in den hemel is, ende dat op de aerde is:
11
In hem, in welcken
wy oock
een
erfdeel geworden zijn, wy
die te voren verordineert waren
na het voornemen des genen, die
alle dingen werckt na den raedt sijns willens.
12 Op dat wy souden zijn tot prijs sijner heerlickheyt,
die wy eerst in Christo
gehoopt hebben.
13
In welcken
oock ghy [zijt ], na dat ghy
het woordt der waerheydt, [namelick ] het Euangelium uwer salicheydt gehoort hebt: in welcken ghy oock,
na dat ghy gelooft hebt,
zijt
versegelt geworden met den heyligen Geest
der belofte:
14 Die
het onder-pandt is van onse erfenisse,
tot
de vercregene verlossinge, tot prijs sijner heerlickheyt.
15
Daerom oock
ick gehoort hebbende het geloove in den Heere Iesu, dat onder u is, ende de liefde tot alle de heylige,
16 En houde niet op voor u te dancken, gedenckende uwer in mijne gebeden:
17 Op dat de Godt onses Heeren Iesu Christi, de Vader der heerlickheyt,
u geve den geest der wijsheydt, ende der openbaringe,
in sijne kennisse:
18 [Namelick ]
verlichtede oogen uwes verstants, op dat ghy meught weten welcke zy
de hope van sijne roepinge, ende welcke
de rijckdom zy der heerlicheyt van sijne erfenisse
in de heylige:
19 Ende welcke de uytnemende grootheyt
sijner cracht zy, aen ons die gelooven ,
na de werckinge der sterckte sijner macht,
20
Die hy gewrocht heeft in Christo, als hy hem uyt de dooden heeft op geweckt:
ende heeft [hem ]
geset tot sijne rechter-[handt ] inden hemel.
21
Verre boven alle Overheyt, ende Macht, ende kracht, ende heerschappie, ende
allen naem die genaemt wort, niet alleen in dese wereldt, maer oock
in de toekomende:
22
Ende heeft
alle dingen
sijnen voeten onderworpen, ende heeft hem der Gemeynte gegeven
tot een hooft boven alle dingen:
23
Welcke sijn lichaem is, [ende ] de
vervullinge des genen die alles in allen vervult.