1 Na het gewoonlick opschrift des briefs, 3 verclaert den Apostel dat hy Timotheum tot Ephesen gelaten hadde om sorge te dragen, dat geen vremde noch ydele leeringen inde Gemeynte en souden voortgebracht worden. 5 Toont oock welcke het recht eynde sy der wet. 8 die niet den rechtveerdigen maer den onrechtveerdigen is geset. 11 Doch dat hem ’t Euangelium Godts was toebetrouwt. 13 waer van hy den corten inhoudt, met een verhael der grooter genade die hem van Christo geschiet was, voorstelt. 17 waer over hy Godt danckt. 18 ende Timotheum gebiet daer aen vast te houden. 20 Betuyght dat hy Hymeneum ende Alexandrum, die schip-breucke van’t geloove hadden geleden, daerom den Satan hadde overgegeven.
1 PAULUS een Apostel Iesu Christi,
na het bevel Gods
onses Salighmakers, ende des Heeren Iesu Christi,
[die ]
onse hope [is ],
2
Timotheo
[mijnen ] oprechten
sone
in het geloove:
genade,
barmherticheyt, vrede zy u van Godt onsen Vader, ende Christo Iesu onsen Heere.
3 Gelijck ick u
vermaent hebbe, dat ghy tot Ephesen soudt blijven,
als ick
na Macedonien reysde,
[so vermane ick het u noch ], op dat ghy sommige bevelet geen
andere leere te leeren:
4
Noch haer
te begeven tot fabulen, ende oneyndelicke geslacht-rekeningen, welcke meer
[twist ]-vragen voortbrengen dan
stichtinge Godts, die in het geloove is.
5
Maer het eynde
des gebodts is
liefde uyt een
reyn herte, ende [uyt ] een
goede conscientie, ende [uyt ] een
ongeveynst geloove.
6
Van de welcke sommige
afgeweecken zijnde hebben haer gewendet tot
ydel-sprekinge:
7 Willende leeraers der Wet zijn,
niet verstaende noch wat sy seggen, noch wat sy bevestigen.
8 Doch wy weten
dat de Wet
goet is, so yemandt die
wettelick gebruyckt,
9 Ende hy dit weet
dat
den rechtveerdigen
de Wet niet en is geset, maer den ongerechtigen ende den halsterrigen, den godtloosen ende
den sondaren, den onheyligen ende den ongoddelicken, den vader-moorders ende den moeder-moorders, den doot-slagers,
10 Den hoereerders, dien die by mannen liggen, den menschen-dieven, den leugenaers, den meyneedigen, ende so daer yet anders
de gesonde leere tegen is:
11
Na het Euangelium der heerlickheyt
des saligen Godts,
dat my
toebetrouwt is.
12 Ende ick danke hem, die my
becrachtight heeft [namelijck ] Christo Iesu onsen Heere, dat hy my
getrouw geacht heeft, [my ]
in de bedieninge gestelt hebbende:
13
Die ick te voren een [Godts ]-lasteraer was, ende een vervolger, ende
een verdrucker: maer my is barmherticheyt geschiet,
dewijle ick het
onwetende gedaen hebbe in [mijne ] ongeloovicheyt:
14 Doch de genade onses Heeren is zeer overvloedigh geweest,
met geloove en liefde, die daer is
in Christo Iesu.
15 Dit is
een getrouw woort, ende aller aenneminge weerdigh,
dat Christus Iesus in de werelt gecomen is om de sondaren salich te maken, van welcke ick
de voornaemste ben.
16 Maer daer om is my
barmherticheyt geschiet, op dat Iesus Christus in my, die de voornaemste ben,
alle [sijne ] lanckmoedicheyt soude betoonen,
tot een voor-beeldt der gene die in hem gelooven sullen ten eeuwigen leven.
17
Den Coninck nu der eeuwen, den onverderflicken, den onsienlicken, den
alleen wijsen Godt, zy eere ende heerlickheyt
in alle eeuwicheyt. Amen.
18 Dit gebodt
bevele ick u, [mijn ] sone Timothee, dat ghy
na de prophetien die van u voorgegaen zijn,
in
deselve
den goeden strijdt strijdet:
19
Houdende
het geloove, ende
een goede conscientie,
welcke sommige
verstooten hebbende
van het geloove
schipbreucke geleden hebben.
20 Onder welcke is
Hymeneus ende
Alexander,
die ick
den Satan overgegeven hebbe, op dat sy
souden leeren niet [meer ] te
lasteren.
Afzender, geadresseerde, groet
1 Paulus, een apostel van Jezus Christus,
overeenkomstig het bevel van God, onze Zaligmaker, en van de Heere Jezus Christus,
onze hoop,
2
aan Timotheüs, mijn oprechte
zoon in het geloof:
genade, barmhartigheid en vrede zij u van God, onze Vader, en van Christus Jezus, onze Heere.
De betekenis van de wet
3 Ik herinner u eraan hoe ik u, toen ik
naar Macedonië reisde, ertoe opgeroepen heb in Efeze te blijven om sommigen te bevelen geen andere leer te onderwijzen,
4
zich ook niet bezig te houden met verzinsels en eindeloze geslachtsregisters, die meer
twistgesprekken opleveren dan door God gewerkte opbouw in het geloof.
5
Het einddoel nu van het gebod is liefde die voortkomt uit een rein hart, een goed geweten en een ongeveinsd geloof.
6 Sommigen zijn daarvan afgeweken en hebben zich gewend tot zinloos gepraat.
7 Zij willen leraars van de wet zijn en hebben geen inzicht in wat zij zeggen en evenmin in wat zij zo sterk benadrukken.
8 Maar wij weten
dat de wet goed is, als men die wettig gebruikt,
9 en als men dit weet: dat de wet niet bestemd is
voor de rechtvaardige, maar voor wettelozen en voor opstandigen, goddelozen en zondaars, onheiligen en onreinen, voor hen die vader of moeder vermoorden, voor doodslagers,
10 voor ontuchtplegers, voor mannen die met mannen slapen, voor mensenhandelaars, leugenaars, meinedigen en als er iets anders tegen de gezonde leer is,
11 overeenkomstig het Evangelie van de heerlijkheid van
de zalige God,
dat mij toevertrouwd is.
Gods genade, aan Paulus bewezen
12 En ik dank Hem Die mij kracht gegeven heeft, namelijk Christus Jezus, onze Heere, dat Hij mij trouw geacht heeft, toen Hij mij een plaats gaf in de bediening,
13
mij, die vroeger een gods lasteraar was, een vervolger en een verdrukker. Maar mij is barmhartigheid bewezen,
omdat ik het in onwetendheid gedaan heb, in ongeloof.
14 De genade van onze Heere is echter zeer overvloedig geweest, met geloof en liefde, die er is in Christus Jezus.
15 Dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waard
dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaars zalig te maken, van wie ik de voornaamste ben.
16 Maar daarom is mij barmhartigheid bewezen, opdat Jezus Christus in mij, de voornaamste van de zondaars , al Zijn geduld zou tonen, tot een voorbeeld voor hen die later in Hem zouden geloven tot het eeuwige leven.
17 De Koning nu der eeuwen, de onvergankelijke, de onzichtbare, de alleen wijze God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
Opwekking tot de goede strijd
18 Dit gebod leg ik u op, mijn zoon Timotheüs, in overeenstemming met de profetieën die voorheen over u uitgesproken zijn,
opdat u
in deze dingen de goede strijd strijdt.
19
En behoud het geloof en een goed geweten. Sommigen hebben dit verworpen en hebben in het geloof schipbreuk geleden.
20 Tot hen behoren
Hymeneüs en
Alexander,
die ik aan de satan overgegeven heb, opdat zij zouden leren niet meer te lasteren.