Afkomste, ende tijt der propheteeringe van Amos, ver s 1. hy verkondight Godts schrickelicke oordeelen, 2. over Syrien, 3. over de Philistijnen, 6. over Tyrus, 9. over Edom, 11. ende over Ammon, 13. principalick om de vervolginge ende verdruckinge sijns volcks.
1 DE
woorden van Amos, die onder de vee-
herderen was, van
Thekoa: dewelcke hy
gesien heeft over Israël, in de dagen van
Uzia Koningh van Iuda, ende in de dagen van Ierobeam, sone van Ioas, Koningh van Israël; twee jaren voor
de aerdbevinge.
2 Ende hy seyde; De HEERE sal
brullen uyt Zion, ende sijne stemme verheffen uyt Ierusalem: ende de
wooningen der herderen sullen treuren, ende de
hooghte van Carmel sal verdorren.
3 Alsoo seyt de HEERE;
Om drie overtredingen van
Damascus, ende om viere, en sal ick
dat niet afwenden: om datse
Gilead met
ysere dorschwagens hebben gedorscht.
4 Daerom sal ick een
vyer in Hazaëls huys senden, dat sal Benhadads palleysen verteeren.
5 Ende ick sal den
grendel van Damascus
verbreken, ende sal uytroeijen den inwoonder uyt
Bikeat-Aven, ende dien die den
scepter houdt, uyt Beth-Eden: ende ’t volck van Syrien sal gevangelick wech gevoert worden na
Kir, seyt de HEERE.
6 Alsoo seyt de HEERE; Om drie overtredingen van
Gaza, ende om viere, en sal ick dat niet afwenden; Om dat sy [mijn volck ]
gevangelick hebben wech gevoert
met eene volkomene wechvoeringe, om aen Edom over te leveren.
7 Daerom sal ick een vyer senden in den muer van Gaza, dat sal hare palleysen verteeren.
8 Ende ick sal den inwoonder uytroeijen uyt
Asdod, ende dien, die den scepter houdt, uyt Askelon: ende ick sal mijne
hant wenden tegen Ekron, ende het overblijfsel der Philistijnen
sal vergaen, seyt de Heere HEERE.
9 Alsoo seyt de HEERE; Om drie overtredingen van
Tyrus, ende om viere, en sal ick dat niet afwenden: om dat sy [mijn volck ] met eene volkomene
wechvoeringe hebben overgelevert aen Edom, ende niet gedacht aen het
verbont der broederen.
10 Daerom sal ick een vyer senden in den muer van Tyrus: dat sal hare palleysen verteeren.
11 Alsoo seyt de HEERE; Om drie overtredingen van
Edom, ende om viere, en sal ick dat niet afwenden: om dat hy sijnen
broeder met den sweerde heeft vervolght, ende sijne
barmhertigheden verdorven; ende dat sijn toorn eeuwighlick verscheurt, ende hy sijne
verbolgentheyt altoos behoudt.
12 Daerom sal ick een vyer senden in
Theman: dat sal de palleysen van
Bozra verteeren.
13 Alsoo seyt de HEERE; Om drie overtredingen der
kinderen Ammons, ende om viere, en sal ick dat niet afwenden: om dat sy de swangere [vrouwen ] van
Gilead hebben
opgesneden, om hare
lantpale te verwijden.
14 Daerom sal ick een vyer aensteken in den muer van
Rabba, dat sal
hare palleysen verteeren, met een
gejuych ten dage des strijts, met een
onweder ten dage des wervelwints.
15 Ende haerlieder
Koningh sal gaen in gevangenisse: hy, ende sijne Vorsten te samen, seyt de HEERE.
Opschrift
1 De woorden van Amos, die behoorde tot de veehouders uit Tekoa, die hij gezien heeft over Israël in de dagen van Uzzia, de koning van Juda, en in de dagen van Jerobeam, de zoon van Joas, de koning van Israël, twee jaar
voor de aardbeving.
Profetie over Syrië, Filistea, Fenicië, Edom en Ammon
2 Hij zei:
De HEERE zal vanaf Sion
brullen als een leeuw ,
vanuit Jeruzalem zal Hij Zijn stem laten klinken
zodat de weiden van de herders treuren,
en de top van de Karmel verdort.
3 Zo zegt de HEERE:
Vanwege drie overtredingen van Damascus,
ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen,
omdat zij met ijzeren dorssleden
Gilead gedorst hebben.
4 Daarom zal Ik vuur werpen in het huis van Hazaël;
dat zal de paleizen van Benhadad verteren.
5 Ik zal de grendel van Damascus
in stukken breken,
Ik zal de inwoner uitroeien uit Bikeat-Aven,
en de scepterdrager uit Beth-Eden,
en het volk van Syrië zal in ballingschap gaan naar
Kir,
zegt de HEERE.
6 Zo zegt de HEERE:
Vanwege drie overtredingen van
Gaza,
ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen,
omdat zij Mijn volk volkomen in ballingschap gevoerd hebben
om hen uit te leveren aan Edom.
7 Daarom zal Ik vuur werpen binnen de muren van Gaza;
dat zal zijn paleizen verteren.
8 Ik zal de inwoner uitroeien uit Asdod,
en de scepterdrager uit Askelon.
Ik zal Mij
tegen Ekron keren,
zodat de rest van de Filistijnen zal omkomen,
zegt de Heere HEERE.
9 Zo zegt de HEERE:
Vanwege drie overtredingen van Tyrus,
ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen,
omdat zij Mijn volk volledig als ballingen hebben uitgeleverd aan Edom,
en zij niet aan het verbond met hun broeders gedacht hebben.
10 Daarom zal ik vuur werpen binnen de muren van Tyrus;
dat zal zijn paleizen verteren.
11 Zo zegt de HEERE:
Vanwege drie overtredingen van Edom,
ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen,
omdat hij zijn broeder met het zwaard achtervolgd heeft
en zijn barmhartigheid tenietgedaan,
omdat zijn toorn altijd weer verscheurde
en hij zijn verbolgenheid voor altijd koesterde.
12 Daarom zal Ik vuur werpen in Teman;
dat zal de paleizen van Bozra verteren.
13 Zo zegt de HEERE:
Vanwege drie overtredingen van de Ammonieten,
ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen,
omdat zij de zwangere vrouwen van Gilead opengereten hebben
om zo hun gebied te verruimen.
14 Daarom zal Ik een vuur aansteken binnen de muren van Rabba;
dat zal zijn paleizen verteren,
met gejuich op de dag van de strijd,
met storm op de dag van de wervelwind.
15 Hun koning zal in ballingschap gaan,
hij en zijn vorsten tezamen,
zegt de HEERE.